Een agrarisch reisje in Noorwegen (8).

(10 - 18 aug. 1999)
F. F. van der Meer ©

Dinsdag, Geilo, donkere wolken in het Westen, opklaringer in het Oosten.

We vertrekken om half negen en rijden door het Ustedalen naar het Hallingdal. Het dal is meer open dan we de laatste dagen gewend zijn en ziet er vriendelijk uit. Het weer wordt steeds beter, hoewel de hemel in het Westen nog donker is. De donkere bewolking blijft hangen aan de andere zijde van de bergen, maar boven ons vormen zich prachtige stapelwolken, die als ze hoog genoeg zijn aan de top afgevlakt worden.

Kaart Jevnaker

De boerderijen zijn hier weer groter en de korenvelden aan onze beide zijden volgen ons gestaag. Na anderhalf uur rijden zijn we in Flå en drinken koffie, de zaak betaald. Dan weer verder op weg naar Jevnaker, waar de Hadeland Glasfabriek ligt. We rijden door Sokna, waar het 's winters koud en zomers warm is. Het warmte rekord in Noorwegen van 35,6 graden in 1970 is in Nesbyen gemeten.

We laten Hønefoss rechts liggen en vinden de glasfabriek even voor Jevnaker. We worden rondgeleid door Ingunn, die ons de productiehal lat zien. Er werken totaal ongeveer 250 medewerkers, waarvan 100 glasblazers. De fabriek is gesticht ca. 1775 en is continu in bedrijf geweest, zij het dan met verschillende eigenaren.

De productie is georganiseerd in teams die in een werkplaats rond een glasoven werken. De teams bestaan uit één tot zes man. Het glas wordt 's nachts gesmolten, zodat er overdag voldoende materiaal is om de hele dag te produceren. Vroeger werd voornamelijk groen en bruin glas gemaakt met behulp van lokale zandvondsten. De ovens werden toen gestookt met hout, wat hier in grote hoeveelheden aanwezig was. Nu heeft de fabriek een breder productie spectrum en de grondstoffen worden uit Nederland en België geïmporteerd. Het verwarmen van de ovens is nu elektrisch.

We lunchen en zijn al gauw op weg naar Oslo. Als we langs de Tyrifjord rijden vertel ik de geschiedenis van St. Hallvard, die met pijlen werd gedood bij het verdedigen van een aangerande vrouw. Met een molensteen om z'n nek werd hij in de fjord gegooid, maar hij kwam weer boven drijven en werd heilig verklaard. In het stadswapen van Oslo is dit afgebeeld. Misschien ook wel in de gevelsteen van het Anslohofje in Amsterdam.

Oslo-Vigelandspark.

Per zet ons af bij de hoofdingang van het Vigeland Park, recht tegenover de Nederlandse Ambassade. Hier zien we vele facetten van het menselijk bestaan, zoals Vigeland ze in de dertiger en veertiger jaren uitbeelde in graniet en brons. En zo hebben ze dan al meer dan een halve eeuw zonder kleren in de kou gestaan. Maar het bezoek valt in de smaak, en na een uurtje rijden we naar onze hotelbestemming Terminus. De gasten op de zesde verdieping zijn niet helemaal tevreden met de kamer en dat is begrijpelijk als ik dat zie. Je kunt niet eens rechtop staan aan de kant van de ramen vanwege het schuine dak. We klagen hierover, maar het hotel heeft geen kamers meer ledig, en de gasten zijn moe en willen niet meer verhuizen...

's Avond dinner in het Holmenkollen restaurant. Per komt ons om zeven uur afhalen en maakt eerst nog een kleine sightseeing tour, voordat we aan de klim naar het restaurant beginnen. Boven gekomen genieten we van het fantastische uitzicht over de stad en de Oslofjord, we zijn hier op zo'n vierhonderd meter boven zee.

Na het eten, als gewoonlijk voortreffelijk, worden een paar vriendelijke woorden gericht aan Per, aan O. en aan mij. Dat doet een mens goed. We zijn nu zo goed bekend met elkaar dat de levensgeschiedenis van Per geen geheim meer is. Hij is zoon van een noorse vader, die kaptein was, en een schotse moeder, die telegrafiste was. Hij groeide op in Schotland bij zijn katholieke grootmoeder, die hem een mep gaf als hij engels sprak. Op z'n vijftiende jaar verhuisde hij naar Noorwegen om bij een tante te wonen, in afwachting van z'n ouders. En hij wacht nog steeds, vertelde hij. Intussen is hij twee keer getrouwd geweest, met twee zusters, maar voor een buschauffeur is het niet gemakkelijk om een huwelijk in stand te houden. Toch is de verstandhouding tussen hem en z'n beide vrouwen niet slechter dan dat hij in oktober met beide heeft afgesproken om op vacantie te gaan...

We gaan nog even wat verder naar boven en van de bus uit bezichtigen we de skischans voor dat we terug gaan naar het hotel. De rest van de avond wordt gebruikt om een nachtmutsje op te halen bij café Egon, bij het Centraal station.

Ga naar dag-9