Zondag, Sogndal, gebroken bewolking.
De patient heeft een goede nacht gehad en voelt zich veel beter. Dat doen O. en ik ook, want het uitzicht om een deelnemer terug te moeten transporteren naar Nederland heeft ons wel even bezig gehouden. Maar alles verloopt hierna naar wens.
Vanmorgen hebben we goed de tijd, de veerboot uit Kaupanger naar Gudvangen vertrekt pas om 12.00 uur. Om 9:30 uur zijn we op weg naar de staafkerk in Kaupanger aan de Sognefjord. Hier aangekomen valt ons onmiddelijk op de twee enorme coniferen, die boven de begraafplaats uit toornen. Die zijn zeker een paar honders jaar oud.
Frode, 20 jaar, een leuke jongen met rood haar, ontvangt ons en verteld over zijn kerk. Gebouwd ca. 1190, een paar jaar nadat de vorige kerk verbrand is in 1184. Koning Sverre heeft een wraakoefening gepleegd omdat een paar van zijn mannen hier in de buurt gedood zijn. De kerk is verscheidene keren vergroot en veranderd en nu van ramen voorzien. Maar in vroegere tijden waren die er niet en het moet een donkere aangelegenheid zijn geweest, met als enig licht een paar openingen onder het dak en een paar talgkaarsen bij het altaar. De banken waarop we nu zitten waren er toen niet, de meeste kerkgangers moesten staan. De mannen aan de zuidelijke zijde, de vrouwen in het noorden. Uit het noorden kwamen de kwakijke en koude winden, die de vrouwen moesten keren om de mannen te beschutten... De altaartafel, doopfont en preekstoel zijn de kerk gegeven door de deense tollenaar (Noorwegen werd vierhondred jaar door Denemarken bestuurd) die zoete broodjes wilde bakken.
Als Frode uitverteld is nemen we afscheid en rijden de paar honderd meter naar het bootmuseum in Kaupanger. Dat is weer eens iets anders dan oude boerderijen. Aan de schepen kun je de gelijkenis met de oude vikingschepen goed zien.
Even voor twaalf komt de boot aan uit Laerdal en we gaan aan boord. Lunchpakket nr. 3 smaakt uitstekend en de hoeveelheid is niet zo overdadig als bij de lunchen die we tot nu toe gegeten hebben. Op dek gekomen zien we dat we al midden op de Sognefjord zijn. De fjord is breed en daardoor lijken de bergen aan beide zijden niet zo hoog als in de fjordarmen waarin we tot nu toe gevaren hebben. Het wolkenspel is fantastisch om te zien, het is weer stapelwolken weer.
In de verte duikt een grote catamaran op die met grote snelheid vaart. Luidsprekers roepen om dat het gauw overstappen is. Hoe kan dąt nou, we zijn immers midden op het water. Maar de schroef slaat achteruit en spoedig ligt de veerboot stil midden in de fjord. Een deur in de reling op het dek wordt geopend en een loopplank wordt klaargelegd. Ze menen het blijkbaar ernstig. De catamaran komt langszij en wordt vastgemaakt. Een paar dozijn mensen komen van de catamaran aan boord. Het is duidelijk dat ze dit vaker doen, want alles gebeurd snel en geroutineerd.
Even later horen we de gasturbine van de catamaran gieren, een zwarte rookpluim waait over onze hoofden, en de boot vaart alweer met grote snelheid de Aurlandsfjord in. Wij voortzetten onze tocht in de zelfde richting om wat later, bij een kleine vuurtoren, naar het zuidwesten af te slaan in de richting van Gudvangen. Hier wordt de fjord weer nauwer en het landschap is aanvankelijk helemaal verlaten, steil en groen. We zijn hier in de Naeroeyfjord. Dan zien we een eenzame boerderij en vragen ons af of die een wegverbinding heeft. Later komen er nog een aantal huizen niet ver van het water.
We zijn intussen al twee uur aan boord en nu zien we de veerkade in Gudvangen. Op weg naar Undredal krijgen we weer een goed stuk van Noorwegen van binnen te zien: de tunnel is 11 km lang. Dan nog een smalle weg en we zijn in het geitendorp van Undredal. Dit dorp heeft pas een paar jaar een wegverbinding met de buitenwereld. Daarvoor vond alle communicatie plaats over het water van de Aurlandsfjord.
Leif Inge Undredal blijkt geen geitenkaas producent te zijn, maar een handelaar in geitenkaas. Dat is een beetje een tegenvaller, we hadden gehoopt het productieproces te zien. In plaats daarvan zien we zijn tentoonstelling van gereedschap voor de productie en hij verteld hoe de productie in zijn werk gaat. We proeven de geitenkaas en de geitenweikaas met wat flatbroed. Lekker! Een paar deelnemers in het gezelschap kopen wat en dan is het weer afgeblazen.
Deze keer nog eens 5 km door de tunnel, dan voorbij Flaam op weg naar Aurland. Hier bezoeken de de biodynamisch-ecologische landbouwschool. Bjoerg ontvangt ons en verteld dat de school ook georganiseerd is in het normale noorse voortgezette onderwijs. De provincie betaald het tekort. Er zijn 55 leerlingen voor de 2-jarige cursus. Bjoerg verteld van de wisselbouw met een cyclus van 8 jaar om onkruid en ziektes te bestrijden zonder gebruik van giftige spuitmiddelen. Als ik vertel dat ik Roundup gebruik werpen ze een afkeurende blik in mijn richting. De koeien en geiten zijn in de bergen op zomervacantie en zullen spoedig terug komen.
Na een uur zijn we voldaan en na nog een kwartier rijden komen we aan in hotel Fretheim in Flaam.
Ga naar dag-7