Zaterdag, Skei, nogal bewolkt, maar droog en de zon komt af en toe even kijken.
Om half negen staat inderdaad de bus van Furdi Billag (Foerde Vervoer Mij) voor Skei Hotel. Een knappe jongeman in een keurig uniform lacht ons toe. Hij heet Oeystein Fonn en is hier vlak in de buurt geboren en opgegroeid. Ik vertel weer eens wat over noorse namen en dat 'fonn' eigenlijk sneeuwhoop en gletcher betekend.
We rijden langs het Joelster-meer naar het Astrup erf, de boerderij van de schilder Nicolai Astrup, die hier van 1914 tot zijn dood in 1928 in armoede heeft geleefd. We klimmen omhoog langs het steile pad en proberen de deur van een van de huizen die dat als café is ingericht. Hoewel een afspraak is gemaakt is de plek helemaal verlaten, en ik probeer de gids en de caféhouder telefonisch te bereiken, maar het lukt niet.
Na een tijdje komt een meisje de schilderijen tentoonstelling openen en we kijken wat rond. De schilderijen staan ons wel aan, maar we vragen niet naar de prijzen. Ze zijn misschien niet eens te koop. We krijgen trek in koffie, maar het café blijft gesloten en we laten Oeystein ons naar het eind van het Joelstermeer rijden waar we in Vassenden (= einde van het water) koffie drinken.
Dan is het weer opstaan geblazen en we zijn al gauw opweg naar het Gaulagebergte. De weg die we rijden is nu een zomerweg, maar was tot niet lang geleden de hoofdweg van Oslo naar Foerde. Ik probeer me voor te stellen hoe het hier in de winter is geweest. Maar nu is het weer prachtig en Oeystein draait zijn grote bus nauwkeurig door alle bochten omhoog en omlaag. We stoppen op een punt met een geweldig uitzicht en nemen ijverig foto's van het terrein.
Omlaag gekomen rijden we langs de zijarmen van de Sognefjorden en komen zo aan in Balestrand waar een heerlijke lunch op ons wacht. Op de veerpont van Dragsvik naar Hella mogen we rustig een kijkje nemen op de brug van de volmaakt symmetrisch uitgeruste veerpont. De boot hoeft nooit gekeerd te worden en voor deze vrij korte oversteek is dat zeker zeer tijdbesparend.
Langs de fjord rijden we langs de ene appelboomgaard na de andere. De import van 'vreemde' appels is geregeld, zodat er een beperking is als de noorse appels op de markt komen. Zo wordt het prijsniveau kunstig op peil gehouden. De appels groeien hier zoals de druiven in Frankrijk en Duitland, tegen de hellingen van de bergen op aan de zuidkant.
In het hotel in Sogndal aangekomen blijkt er een probleem te zijn ontstaan: een van de deelnemers moet naar de dokter toe. Ik geef de hoteldirecteur opdracht om de dokter van de wacht te bellen en een taxi. Die staat al gauw voor de deur en een paar minuten later zijn we al bij de dokter. Terwijl ik alles vertaal van nederlands naar het noors en terug komt de dokter tot zijn conclusies, medicijnen worden verschaft, en instructies voor het gebruik gegeven. Na een uur zijn we weer terug, de patient en zijn vrouw zijn duidelijk opgelucht dat dit zo glad verlopen is.
Ga naar dag-6