Een agrarisch reisje in Noorwegen (4).

(10 - 18 aug. 1999)
F. F. van der Meer ©

Vrijdag, Geiranger, bewolkt met een paar druppeltjes regen.

Om half tien vertrekken we bij het hotel. De verboot naar Hellesylt gaat om 10:15 uur, dus we hebben nog en klein half uur om wat rond te kijken, maar veel is er niet te doen, een paar souvernir winkels en de toeristen informatie. Het is nogal bewolkt, maar het meisje van de informatie verteld dat vele mooie dagen in aantocht zijn. Zonder kaartjes wandelen we de boot op. Per betaald met mijn voucher en wantrouwig zijn de conducteurs blijkbaar niet.

Kaart Briksdal Geiranger_van_achteren.

De tocht naar Hellesylt duurt vijf kwartier en is zeer de moeite waard. Luidsprekers aan boord vertellen in drie talen wat er zoal te zien is. Afgezien van de puinkegel aan de voet van de bergen rijzen de bergen hier bijna loodrecht uit de fjord. En toch zien we een daar in de hoogte paar boerderijen die tegen de rotswanden vastgeplakt lijken te zijn. De luidsprekers vertellen dat de kinderen hier met een touw fastgebonden werden als ze buiten waren. Het is bijna onvoorstelbaar dat mensen zo geleefd hebben. De boerderij die die het laatst verlaten is is pas in 1961 ontruimd.

Geirangerfjord_waterval.

Watervallen glijden langs de rotsen, de zeven Zusters, de Bruidsluier. Rotsen hebben namen als de Strijkbout, de Preekstoel. Om de hoek komt een geweldige cruiseschip aanvaren. Dat herinnert ons er aan dat we op zeeniveau varen, de fjord is over vijfhonderd meter diep. De veerboot begroet het cruiseschip met drie lange stoten op de scheepshoorn, het cruiseschip groet op dezelfde wijze terug. Het schip is geregistreerd in Monrovia, dat zegt niet veel over waar de passagiers vandaan komen.

Geirangerfjord

Hellesylt is lieflijk om te zien, de huizen op de glooing, die steeds steiler wordt verder naar boven toe, het witte kerkje met een keurig verzorgde kerkhof. We hebben trek in koffie gekregen en terwijl Per voor kr. 3.500,- diesel in zijn dorstige tank laat pompen, genieten wij van een kopje koffie.

En dan weer verder, op weg naar de Briksdalgletcher. De paarden zijn om twee uur besproken, lunch om één uur. Drie personer per kar, dan is de maat vol. Samen met O. zit ik in het laatste karretje. Dan kunnen we tenminste zien wat er voor ons gebeurd. De fjordpaarden zetten zich in beweging en langzaam kruipt de karavaan naar boven op de smalle puinweg tussen de steile rotsen.

Briksdal_naar _de_gletscher

We komen voorbij een waterval en worden behoorlijk nat. Tegenliggers, we moeten stoppen. Ik maak een praatje met de koetsier, die naast het wagentje loopt. Hij slaat gelijk om wat dialect betreft en ik heb geen moeite hem te begrijpen. Hij is een oudere boer, gepensioneerd, vertelt hij. Ik vraag en hij vertelt dat hij dit werk al gedaan heeft niet lang na de oorlog, toen het toeristenverkeer een beetje op gang kwam. Hij, of liever zijn zoon die de boerderij overgenomen heeft, houdt ook wat fjordpaarden die hier als trekdier worden gebruikt. Drie, maximaal vier tochten per dag voor een paard is gewoon.

Hij verteld dat de gletcher aan deze zijde groeit, wel vierhonderd meter de laatste twaalf tot veertien jaar. Aan de oostelijke kant is het andersom, daar trekt de gletcher zich wat terug. Maar we zien aan de bordjes dat de gletcher in 1920 aanmerkelijk lager was dan vandaag.

Briksdal-vlak_onder_de_gletscher.

We komen aan en moeten de laatste vijfhonderd meter lopen. Bij de gletcher aangekomen is het een drassige boel, met stenen, klei en beekjes vòòr een massieve ijsklomp van enorme avmetingen. Ik had beter m'n laarzen aan kunnen trekken. Je kunt hier een gids huren en spijkerschoenen, om op de gletcher te lopen. De mensen daar in de verte lijken zò klein en het geeft ons een indruk van de massale avmetingen van de ijsklomp. Warm is het hier niet en andere mensen die in shorts en met korte armen omhoog gelopen zijn zien er enigzins blauw aangelopen uit.

Briksdal_gletscher.

Op weg terug naar de paarden zien we nog een gletchermolen, een ronde, half meter diepe put, in de rotsen uitgeslepen door water, zand en stenen. In Noorwegen heten die jettegryte, dat is een reuzenbraadpan.

Op weg naar beneden verteld de boer dat hij hier een boomstronk heeft gevonden en die heeft laten dateren. Achtduizend jaar oud was die stronk maar liefst. Vermoedelijk was toen de boomgroei hoger dan vandaag het geval is. Hij maakt indruk op ons door zijn kennis en ik vertaal alles voor O.

Beneden aangekomen kopen we de foto's die genomen zijn op de weg naar boven, Try Norway betaalt. Per staat al te wachten want nu moeten we verder op weg naar Skei. Alles verloopt vlot, totdat we plotseling stil staan. De motor wil niet opnieuw starten en Per gaat eruit om achter te kijken wat er aan de hand is. Ik volg hem, nieuwsgierig als ik ben. Uit de motorruimte komt een grote wolk stoom. We hebben bijna al het water verloren en moeten wachten tot de zaak wat afgekoeld is. Een paar van onze passagiers helpen om het verkeer te regelen, de weg is hier niet breed. Na de motor gevuld te hebben met water laat Per de motor aanslaan door de bus een paar meter achteruit van de helling te laten rijden.

Later blijkt dat de koppakking van één van de zes cylinders lek is geraakt. Maar we halen Skei Hotel met slechts één uur vertraging en de stemming in de bus is niet gedaald. Ik bel naar Try Norway en doe verslag van de problemen met de bus. Per belt z'n eigen baas en doet hetzelfde. We besluiten om morgen een andere bus te huren en Per's bus te repareren. De klanten mogen van deze problemen niet de dupe worden.

Ga naar dag-5