Donderdag, Aandalsnes, onbewolkt, prachtig weer.
De Trolstigweg is gisteren gesloten voor al het verkeer vanwege het lawine gevaar en we hebben de reisroute moeten omleggen. Eerst naar de landbouwschool van Gjermundsnes, dan een lunch in Stordal. In de middag de Oerneveien (Adelaarsweg) naar Geiranger en dan naar 1500 m hoogt: Dalsnibba.
Op weg naar Gjermundsnes (nes = neus = uitstekende landtong in zee) krijgen we voor het eerst Noorwegen goed van binnen te zien: 6 km tunnel. Dat geeft de mogelijkheid weer iets van Noorwegen te vertellen. Na de tunnel rijden we langs de fjord in prachtig weer. Aan de andre kant van het water ligt Molde, administratie sentrum van de vroegere provincie Romsdal.
Bij Gjermundsnes aangekomen zien we bordjes die naar grafheuvels wijzen. Later blijkt dat hier waarschijnlijk de Vikingkoning Gjermund begraven is, die hier eens de omgeving beheerste. De directeur van de landbouwschool, Oddbjoern Bergheim, heet ons welkom. Het lijkt er een beetje op dat ze opgelucht zijn dat ze noors kunnen spreken, ik vertaal alles.
Hij verteld dat de school in het leerplan van het gewone voortgezette onderwijs thuis hoort. Er zijn ongeveer 100 leerlingen in drie jaargangen, die door de week in het internaat wonen. Het 'fylke' (de provincie) finansiert de school. De school geeft onderwijs in de theorie en de praktijk, anders dan in Nederland, waar dit gesplitst is. De scholen in Nederland zijn dan ook veel groter. De school is financieel niet direct geïnteresseerd in de boerderij die hier bedreven wordt: de provincie draait op voor het tekort. O. stelt veel vragen en de gastheer is blijkbaar onder de indruk van de kwaliteit van de vragen, en beantwoord zonder aarzelen.
Oorspronkelijk was dit de plaats van een boerderij die de deense skattefut (tollenaar) in eigendom had. Zijn dochter heeft hier in 1750 een eikenallée geplant en de meeste bomen in die laan zijn nog van die tijd. We krijgen een rondleiding en zien de kassen, met tomaten en augurken. In de koeienstal zijn de koeien net terug van de 'zomervacantie'. Ze worden eind mei drooggemolken, en dan naar de bergweide verhuisd. In augustus worden ze teruggebracht naar de stal. Ze kalven dan, en een nieuwe jaarcyclus begint.
Het valt de boeren onder ons op dat alles zo schoon en netjes is, en de noren zijn gecharmeerd als ik het compliment vertaal. De varkensstal bezoeken we niet, het gevaar voor besmetting is misschien niet groot, maar je weet nooit. We gooien een blik op de verzameling oude tractoren en op de kunstzinnige uitingen van een kunstsmid, die hier werktuigen en gebruiksvoorwerepen aan elkaar gelast heeft.
Na nog een echte noorse koffie te hebben genuttigd (zwart, zonder melk, maar met suikerklontjes),met lefse en lompe (een soort aardappel pannekoekjes) nemen we afscheid van deze bij uitstek hartelijke en gastvrije mensen.
We rijden nu het land weer in, richting Størdal, waar we weer aan de fjord komen. Nu richting Stordal. Aan de andere kant van de fjord moet er een overblijfsel zijn uit de de ijstijden, maar we vinden het niet. Zelfs Per, die op de meeste plaatsen eerder geweest is kan ons niet helpen.
Dan maar eten, de lunch in Stordal kafe & pensjonat is uitstekend. Na de lunch moeten we over de fjord bij Linge, naar Eidsdal. Dat gaat gesmeerd en al gauw zijn we op het water, de kontrasten tussen de groene bergen, het diepblauwe water en de helde blauwe lucht zijn als op een plaatje. Maar dit is echt!
Aan de andere kant begint de Oerneveien die zijn climax vindt in de Oernesvingen (Adelaarsbocht) waar Per precies weet waar we stoppen moeten om het beste uitzicht te krijgen. Als ik bij de betonkant langs de weg sta krijg ik een brok in me keel. Op plaatjes heb ik dit toch eerder gezien, maar een foto kan dit niet weergeven. Dit moet je zelf beleven. De steile bergen die loodrecht uit de fjord opsteigen, de begroeiing, en het contrast met de hemel, het is om naar huis te schrijven.
Met tegenzin gaan we weer naar de bus terug, maar dat is omdat we nog niet weten wat ons vervolgens te wachten staat: Dalsnibba. Het weer is nog steeds prachtig en er is geen enkele reden om de tocht naar 1500 m hoogte af te lassen, iets wat Per me al een paar keer voorgehouden heeft als mogelijk bij slecht weer. We rijden door Geiranger zonder te stoppen en op een paar honders meter hoogte rijden we voorbij aan de gedenkplakaat aan keizer Wilhelm, die blijkbaar hier is geweest vòòr ons. De weg heeft hier nog een beton kant, de stemming in de bus is opgewekt. Per heeft mij gewaarschuwd dat dat wel anders zal worden als we wat hoger komen.
Op ongeveer 600 m zien we aan onze linkerkant een typisch voorbeeld van een zomerboerderij. Alles lijkt bewaart te zijn zoals het misschien al driehondred jaar geleden er uit zag. De oude boerderijtjes, de koeien in het malse zomergras, het lijkt wel of de tijd hier heeft stilgestaan. Als we de duizend meter voorbij zijn begint het al wat stiller te worden in de bus. We rijden een hotel aan een groot lichtblauw gekleurd gletchermeer voorbij. Hier moeten we tol betalen om de laatste vijfhonders meter hoogte te overwinnen. De weg is hier gereduseert tot een puinweg, en de betonnenkant is nergens meer te vinden en naast de weg gaat het steil naar beneden...
Het wordt nu helemaal stil in de bus, en zo blijft het tot we helemaal boven zijn. Mijn hoogtemeter staat op 1480 m, en dat is volgens de kaart onze hoogte hier op dit plateau. Een half dozijn bussen staan hier verzameld en zo'n twintig auto's en campers. We staan werkelijk te apegapen van het uitzicht, weinig toppen zijn nu nog hoger dan waar wij staan en de eeuwige sneeuw zien we voor ons uit. In de diepte zien we Geiranger en de Oernesvingen, waar we een paar uur eerder geweest zijn. Nog verder in de diepte ligt de Geirangerfjord. Het is nog steeds prachtig weer, maar het is hier knap fris. Maar aan alles komt een eind, en de tocht omlaag begint. Nu ben ik ook aan het remmen met m'n voet op de plank waar geen rempedaal aanwezig is. Dat heb ik de hele tocht nog niet gedaan. Maar we komen veilig naar beneden en vinden ons hotel.
Ga naar dag-4